De czy het: aardpeer?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

de aardpeer

  • Polski: słonecznik bulwiasty
  • Liczba mnoga: de aardperen
  • Zdrobnienie: het aardpeertje
Znaczenie (po niderlandzku) 1. (bloemplanten) bepaald soort zonnebloem, Helianthus tuberosus, die als vaste plant wordt gekweekt 2. (voeding) eetbare knol van die plant

Jak używać aardpeer

rodzajnik określony (the)de aardpeer
ten / ta / to (this)deze aardpeer
tamten / tamta / tamto (that)die aardpeer
nasz / nasza / nasze (our)onze aardpeer
twój / twoja / twoje (your)jouw aardpeer
każdy / każda / każde (every)elke aardpeer
który / która / które? (which)welke aardpeer?
z przymiotnikiem (groot = duży)een grote aardpeer, de grote aardpeer
liczba mnogade aardperen, deze aardperen

Przykładowe zdania ze słowem aardpeer

  • Ik kijk uit op een van de twee moestuinen. De aardperen staan bijna in bloei, de lathyrus ook.
  • Wat Mosley zelf eet? Opvallend is dat hij peulvruchten, aardpeer, prei en knoflook bovenaan zijn lijstje darmvriendelijke voedingsvezels (prebiotica) heeft staan.

Więcej niderlandzkich słów

karnemelk | knie | stress

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).