Flashcards: the 100 most common het-words
Print this page with your browser (Ctrl+P / Cmd+P). Cut out the cards and fold them so the article is hidden.
boek
het boek
huis
het huis
leven
het leven
werk
het werk
land
het land
beetje
het beetje
geld
het geld
probleem
het probleem
paar
het paar
jaar
het jaar
kind
het kind
eten
het eten
meisje
het meisje
water
het water
ziekenhuis
het ziekenhuis
hoofd
het hoofd
engels
het engels
verhaal
het verhaal
station
het station
antwoord
het antwoord
woordenboek
het woordenboek
park
het park
raam
het raam
moment
het moment
hart
het hart
hotel
het hotel
huiswerk
het huiswerk
feest
het feest
licht
het licht
zeer
het zeer
restaurant
het restaurant
vliegtuig
het vliegtuig
buitenland
het buitenland
einde
het einde
glas
het glas
strand
het strand
uur
het uur
best
het best
paard
het paard
verschil
het verschil
gezicht
het gezicht
ongeluk
het ongeluk
horloge
het horloge
spel
het spel
nieuws
het nieuws
bed
het bed
aantal
het aantal
kantoor
het kantoor
schip
het schip
dorp
het dorp
bedrijf
het bedrijf
mes
het mes
doel
het doel
gebouw
het gebouw
concert
het concert
geheim
het geheim
examen
het examen
team
het team
potlood
het potlood
avondeten
het avondeten
bureau
het bureau
cadeau
het cadeau
brood
het brood
stuk
het stuk
gezin
het gezin
gevoel
het gevoel
vlees
het vlees
begin
het begin
lichaam
het lichaam
recht
het recht
eiland
het eiland
ontbijt
het ontbijt
liedje
het liedje
thuis
het thuis
appartement
het appartement
nummer
het nummer
weekend
het weekend
lied
het lied
geval
het geval
vuur
het vuur
ongeval
het ongeval
lawaai
het lawaai
voorstel
het voorstel
kasteel
het kasteel
bericht
het bericht
adres
het adres
geluid
het geluid
vliegveld
het vliegveld
oog
het oog
zwembad
het zwembad
gelijk
het gelijk
schrijven
het schrijven
verleden
het verleden
volk
het volk
dak
het dak
bad
het bad
gras
het gras
gesprek
het gesprek
bord
het bord
museum
het museum